|
RONDE VORMEN; BREDE KAKEN.
Als vakkundig geschoold tennisser serveerde ik
al haar goedbedoelde adviezen tot het lezen van een nietsbetekened
auteurtje af. Zo goed in het tennisspel was ik niet; des te meer
in mijn kritieken. Waar zij intens geilbekkend welhaast klaarkwam
bij het lezen over perfecte lichaamsafmetingen en stoppelige kinnenbakken,
ging ik schuimbekkend op zoek naar een weerwoord. Een weerwoord
zonder klank, want op een gegeven moment heb je de juiste intonatie
verloren. Je kunt lezen tot je scheel ziet... liegen ook, maar een
definitie geven van je gelijk zit er simpelweg niet in. Je kunt
meesterprutser-studenten-en-jongeren-schrijver Giphart afkraken
tot er geen velletje briefpapier op zijn, toch al kalende, schedel
te vinden is.
En terecht, want wat iemand mooi vindt is niet
te bepalen aan de hand van geestelijke ontwikkeling - waarin zij
veelvuldig maal vaker verder van mij omhoog lijkt te klauteren,
dan ik - met alle door de de critici der literatuur goedgekeurde
boeken - bijdehand van mij afbijt. En mijn tanden zijn inmiddels
gescherpt, maar zij belieft ze niet te zien. Ze dacht dat ik haar
smaak wel aankon.
Misrekening van hier tot gunder (en tum-tum), want
over smaak valt wel degelijk te twisten, maar niet te winnen. Dat
was het moment waarop ik begon te twijfelen en zelfs de winst niet
meer voor ogen zag. Waren de schellen van mijn ogen gevallen; ze
waren non-stop bedekt geweest met lenzen (van die zachte) gemaakt
van uienvellen. De vellen die ik poogde te beschrijven in bewoordingen
van begraafplaats-veroordelingen, schenen mij 'Ad Fundum' leeg.
Sindsdien heb ik me aardig verdiept in doktersromannetjes
en de lichtere literatuur. Wanneer heel de wereld zo licht lijkt,
waarom vraag ik me dan af hoe het komt dat liefde zulk een bedreigend
vak is? Ze is niet gegaan, maar verlangt van mij nu zoveel meer;
meer dan ik op zal kunnen brengen; meer dan ik in mijn mars heb;
meer dan er in mijn - voorwaar - leeggeplukte rugzak terug te vinden
is. Ze is een veelvraat. Meer dan ik wist en meer dan ik in der
dagen aankan. Want lezen doet zij mijn prullenmand niet; liever
leest zij de prullenmand van een ander, en deze kan ik haar noch
aan-, noch afbevelen.
Ik zie haar voor me als een veelvraat van Dorrestein
tot Zwagerman; van Poppedijn tot voddenman en toch kan ik niks imperfects
aan haar ontdekken. Ze heeft een deur doorgebeukt en mij gebroken;
mijn leven ontkleurd en ontloken; mijn pretenties doorgeprikt en
doorstoken. Maar ik kan helaas niet wennen aan de stoppelbaard en
het volmaakte vrouwenlichaam dat schrijlings langs zijn torso lengt.
Ongecopliceerde sex in een gestileerde keuken - door een of ander
'vooraanstaand' binnenhuisarchitect ontworpen - met een bespringplek
om het op te leuken.
Niet dat zij niet prachtige rondingen bezit (o
zeker, ik ben trots op haar; en dat ik een brede kaak bezit, met
helaas die stoppelbaard, die ik telkens weer moet scheren. Geef
mij een laser maar. Of roodhuidenhuid). Zo steek ik niet in elkaar;
noch lijkt zij erom te geven. Want ik pas immers bij haar.
In plakjes ben ik afgemeten en desalniettemin
niet ondankbaar: op negenenzestig wijzen weggesmeten en voor de
pers persklaar (ook mijn maatpak lijkt gestreken, maar ik heb het
zelf gedaan). Juliette had me niet op zijn Frans kunnen bedanken,
daar zij de gave van het breekijzer der lubberende scheerijzers
nooit ter handen nam. Ik ken haar slechts bij naam. En mijn meid
ken ik bij toenaam, het heeft me wel verrast: dat ik haar ondergoed
moest strijken, maar mijn bovenbrein werd vergast op kleine literatoren
met hun geldlust en gemoed. De schrijvers om den brode: och, kom
mij niet te na. Ik vlieg nog liever Easy-Jet, dan dat ik met scheermesjes
in de cockpit sta, om een droombeeld op te blazen. Het laatste geeft
teveel gelazer, het eerste staat mij tegen.
Vergeef mij, ik ben zeer inconsistent. Maar grijp
je mij bij de kloten, dan lok ik je uit je tent. En ben je daar
niet van gediend, vanavond zie ik je in mijn bedje; wanneer de vonk
niet overslaat lees jij een jongeling en schep ik een schietgebedje.
Want ik knal raak (ik ben elite-volk), recht op
de lijn. Een 'ace', een christusbal zonder ballenjongen. Laten we
elkaar maar toestaan te lezen wat in onze noden voorziet, want ik
voorzie niets dan problemen wanneer ik dat niet doe. Ik laat m'n
baard wel staan.
Vanavond eindelijk weer eens onbeholpen overgave,
of opgegeven verplichtingen in een relatie? Ik weet het niet, maar
laten we dezelfde kant op gaan. Als ongelovige bid ik ongelofelijk
lang.
Een boekenweekgeschenkje over de dood - die noch
zo ver van jou verhinderd is - gun ik je vanavond. Ik kijk de 'Anna
Nicole Smith Show' wel. Boom-Boom-Becker schijnt het ook te doen.
De dood aan Simone de Beauvoir! Is ze al dood?
Dat treft. Ha!
|