|
VAN BEEST NAAR MENS NAAR BIONISCH MONSTER
Het is het moderne sprookje in een afdwalend brein; de pianoklingels
van een amateur-filosoof of -bioloog zijn ook al de rammelaars van
een premature baby met stoute fantasieën. Toch vraag ik me iets
af en - aan de hand van ooit (half)gelezen boeken en artikelen,
waarin vele theorieën tot nieuwe stukjes wetenschap verwerkt zijn
- heb ik mijn eigen beeld van de menselijke geschiedenis geschapen.
Of, althans, wat daarvoor moet doorgaan.
Volgens een artikeltje dat ik gelezen heb, en waar morgen iets
over op de televisie (let op 'visie') schijnt te komen, heeft er
ooit een species bestaan dat 'de Homo Eregaster' genoemd wordt.
Het schijnt hier te gaan om een voorloper op de Homo Sapiens. Vooral
het plaatje erbij intrigeerde mij bijzonder en leidde tot warrelen
en dwarrelen in mijn koppeke, maar er scheen iets niet aan te kloppen;
iets leek mij te ideëel uitgebeeld.
De hoofden leken me nog wel realistisch (bebaarde en behaarde
gezichten), maar de torso's waren mij teveel à la nu. En à la nu
is toch wel het teken dat elke geschiedenis weerspreekt. Je kunt
zeggen dat de geschiedenis een cirkel is, maar wat mij betreft kun
je - indien je dit denkbeeld aanhangt - maar beter terugduiken in
je esoterische geschriften en wachten op je eigen reïncarnatie.
Steek vooral nog een wierookstokje op en doe je heksendans rond
je privé-altaartje.
Brede, gespierde borstkassen (inclusief wasbordje) en volle
borsten die samengingen met zeer brede, ronde heupen die respectievelijk
man en vrouw sierden, deden mij enigszins ludiek aan. Bovendien
waren de geschetste lieden behoorlijk blank; nogal raar, wanneer
men in het achterhoofd houdt dat ons menselijk ras ergens in het,
iets lager dan het noordelijk deel van Afrika ontstaan is En toen
sloeg ik aan het denken, voorzover denken nog aan mij besteed was
en kwam ik - de biologische situatie en het ongezonde verstand in
ogenschouw nemend - tot een volgende theoretische beschouwing:
In de dierenwereld is het veelal zo dat dominante vrouwtjes
paren met de dominante mannetjes en de rest van de groep slechts
dient ter ondersteuning van de gemeenschap. O.K., sommige van hen
worden verstoten en daaruit vallen in onze menselijke gemeenschap
weer de verschillende rassen (bijvoorbeeld de blanken) te verklaren.
Maar niettegenstaande is in dierenkudden, roedels enz. het dominante
mannetje altijd het krachtigste mannetje en het dominante vrouwtje,
het vrouwtje dat het meest geschikt lijkt voor komend nageslacht.
Dus in het laatste geval het vrouwtje met het meest vruchtbare en
aantrekkelijke uiterlijk. Deze kenmerken moeten natuurlijk wel duidelijk
te onderscheiden zijn.
Daar zie ik de schoonheidsidealen van vandaag de dag opduiken:
de mens was ooit (ik heb geen bewijzen) volledig behaard en onderscheid
viel er nauwelijks te maken tussen mannen en vrouwen. Kijk, aangenomen
dat de (hoe heet het ook al weer: fermonen?) ons in staat stelden
onderscheid te maken tussen geslacht, dan viel het verschil in spierkracht
makkelijk aan te tonen in het gevecht. We noemen het primitief,
en misschien is dat ook wel zo, want wanneer je aan een man ziet
dat hij krachtiger is dan jezelf zul je wel of behoorlijk dom, of
zeer overtuigd van je eigen slimmigheid moeten zijn, wil je de ander
aanvallen (of je bent geestelijk erg ver weg). Dit verklaart misschien
ook het feit dat mannen minder en minder behaarde bovenarmen - waar
de strijd fysiek mee werd beslecht - hebben gekregen. Ervan uitgaand
dat dit voor het minder breedgeschouderde vrouwtje niet echt op
ging (vechten is nu eenmaal niet een teken van beschaving, en dus
ook niet echt een garantie voor vruchtbaar zijn) neem ik aan dat
het aangetoonde sterke mannetje op zijn visueel vermogen vertrouwde
en als dusdanig op zoek ging naar de dame met de meeste vrouwelijke
kenmerken. Dat heet, de vrouw met de mooiste rondingen, die duidelijker
uitkwamen wanneer de vrouw minder lichaamsbeharing had. Zodat de
vrouwen met mooie borsten, brede heupen, stevige benen en mooie
billen (en hier wens ik niet in het perverse te treden) dominatrices
werden. Generaties verder geraakte dit beeld steviger en steviger
verankerd in het collectief geheugen ingeprent. Het blijkt: mannen
vechten nog steeds; tot vandaag de dag aan toe. Vrouwen pronken
nog steeds met make-up, push-up beha's en bepaalde maniertjes. Over
deze laatste zaken zodadelijk meer.
Maar hersenen groeiden, macht ontstond, men vergaarde bezit
en de uitvinding van waardemiddelen gooide de zaken ietwat om. Kracht
verwerd tot macht, al was deze door kracht verworven; macht verwerd
tot geld en geld maakte alles anders. Eenmaal in de dominante sector
terecht gekomen, werd het onmogelijk het nageslacht hetzelfde te
ontzeggen. De dunste spriet kon door middel van pecuniae de vereiste
spierkracht komen laten opdraven en de inmiddels (door biologische
'Venus' scheermesjes duidelijk beeldschone) dames naar eigen wil
uitkiezen. De vermogende vrouw kon, ondanks dat het nog niet gemeengoed
was, de man kiezen welke zij verlangde (of meer: zie Cleopatra,
ze was weliswaar vermogend, maar naar het schijnt zelfs naar toen
geldende maatstaven ontegenzeggenlijk lelijk. Ze was niet de Liz'
Taylor die wij nu voor ogen hebben). Niettemin is de wel-toebedeelde
vrouw, de twee feministische revoluties ten spijt, er minder goed
van afgekomen dan de rijkelijk voorziene man. Enige uitzonderingen
daargelaten.
En nu? Waar staan wij nu? Geld is nog wel belangrijk, maar
niet meer in die mate waarin het ooit bepalend was; komaf is nog
wel belangrijk, maar alleen voor sukkels en trutjes die het juk
hunner ouders niet af durven te schudden. Een goed karakter is,
tenzij we de damesbladen en televisieprogramma's moeten geloven,
van ondergeschikt belang geworden; trouw is een vergeten woord (althans,
de opgelegde trouw dan) geworden en mannelijke lullen - gecombineerd
met spierkracht en een geduchte dosis intelligentie - belangrijker
dan ooit. Daarnaast staan de vrouwen met ambitie,voldoende geestelijke
inhoud en silliconengevulde inhoud (twee keer inhoud, maar je moet
ze alledrie vullen) hunner borsten volop in de belangstelling.
Terecht en onterecht, want de anabolenmannen en ballonvrouwen
zijn een stap dichter naar waar we heen onderweg waren. Kijk, in
een tijd waarin het mogelijk is door het slikken van pilletjes,
of het nemen van implantataten toch wel meer dan gewoon geworden
is aan het ideaal van nu te voldoen (je moet natuurlijk wel de juiste
televisie-programma's gezien hebben en de koppen van tegenstrevers
en kranten gesneld hebben, plus de juiste kapper en trainer vinden),
is het niet meer dan logisch dat wij als gewone mensen ons vergapen
aan het galgenmaal dat zij aan het bereiden zijn. Tegelijkertijd
vind ik het erg bevreemdend dat vrouwen van vijfenveertig er al
snel weer als twintigers uitzien, en dat ik op de beeldbuis een
nog volstrekt aantrekkelijk, dus neukbare, oma van tweeënzeventig
zie die het lichaam heeft van een vijfendertigjarige (haar Botox-kop
ten spijt). Je begrijpt, deze situatie loopt behoorlijk uit de hand
en dus ben ik er een voorstander van dat we terug gaan naar een
vervlogen tijd. Met de welvaart zijn we een weg ingeslagen, die
de verkeerde kant opwijst.
Bij deze pleit ik voor oneervol herstel van oude waarden,
met als overbruggingsperiode een tijd van DDD-borsten (of groter)
en sportschooljongens die het Mr. Universe-schap ambiëren. Daarna
wil ik weer vuistgevechten en een door beide zeiden als dominant
ervaren gemeenschap. Tot die tijd zal ik niet stoppen met push-
en sit-ups. Maar in mijn fysiek ligt het niet besloten ooit verder
te komen dan een pezig en, wellicht, enigszins gespierd lichaam
te hebben. Gelukkig heeft deze jongeman niet de ambitie ooit een
kind te verwekken, noch te paren met een dominant vrouwtje.
En bij deze roep ik op, om een vriend van vroeger te citeren:
"Begin nooit aan kinderen, als je van mensen houdt", je niet voort
te planten indien je niet over een waarlijk mannelijk fysiek, of
natuurlijk grote borsten beschikt. En dit is geen grapje... dit
is geen goede bak! Neuk met een rubber pak!
Ofschoon ik me wel degelijk besef dat ik hier geen sluitend
betoog gehouden heb, maar niettemin met mijn gevoelens te koop (en
eveneens het risico ouders tegen hun jichtige been te schoppen)
loop, richt ik bij deze de Kerk ter Bevordering van Rubbergebruikers
op. Aangezien het hier complexe materie betreft, wens ik de hiaten
die ik hier gelaten heb, in een volgend artikel, op te vullen met
ondersteunende voorbeelden.
Wordt vervolgd, M. J. C. A. (09-03-'04)
|