|
EEN VOGEL, ACHTERVOLGD DOOR TWEE STRAALJAGERS
Via dit medium zal de schrijver M. J. C. A. Stout Vuurland jullie vanaf heden in (meer of mindere mate) beknopte bewoordingen - tweewekelijks - verslag doen van wat hem zoal bezig houdt. Al het geschrevene beoogt geen weergave te zijn van algemeen geldende consensus, maar veeleer een doorslag te geven van wat er zoal in zijn brein rondtolt.
De Oorlog morgen, de Gedachte vandaag, meende ik bij mijzelf
nog te kunnen bespeuren. Ik liep door een klein straatje in een
dorp dat op meerdere plaatsen van onze landkaart te vinden is. Boven
mij vloog een rookwolk van zwevende ganzen, die - weet ik waarheen
- ergens naar toe trokken. Achter de in perfecte stijl geordende
schare naderde, op grote afstand, een kleine en niet te identificeren
vogel. Onverstoorbaar en ongrijpbaar zoog deze de luchtstromen onder
zijn vleugels en ging hoger en hoger. De zon was afwezig, dus Icarus
zou hij wel niet achterna gaan; de vetlaag op zijn vleugels zou
intact blijven bij de verrijzing naar het wolkendek. De grootste
meesters vermogen mijn verbazing nog niet te schetsen, toen ik achter
dit vederdier in de verte twee straaljagers positie zag nemen. Het
mag aan het perspectief gelegen hebben - de vogel gleed in lagere
regionen dan de twee gevechtsmachines - maar het leek of ze op de
gevederde vriend aasden; aas, meer was het niet. Niettemin bleef
deze laatste onverstoorbaar zijn opwaartse gang vervolgen. Optisch
gezien waren de geschutsgevaartes nu even groot als het op wieken
waaiende organisme. De kraaien en de mus; de mus leek niet in de
geringste mate aangedaan door het aanzwellende geronk van de kerosinemotoren.
En toch zag ik ergens de scheermesjes aan de feitelijk onzichtbare
vedertjes kleven.
Scheermesjes die werden tot de Gedachten van vandaag. Nu
de andere grootmachten dreigen op te staan tegen degene die zich
de enige waagt te noemen, vrees ik geen kleerscheuren meer. Geen
kleerscheuren die passen in een maatpak van een armoedzaaier. Want
waar overzeese machten oorlog plegen te voeren om het moreel van
het Volk op te krikken, ontbreekt het ons - de verjongerende generatie
- aan iets dergelijks als het ter hand nemen van die kritiek. Wij
gappen geen scheermesjes meer, maar verheugen ons ook niet meer
op het stelen van het werk van andermans jatten. En wie geploegd
heeft zal zaaien (dit lukt meestal nog wel), maar het oogsten blijft
bij ons jongelingen meestal achterwege. Wij hebben naar mijn stelligste
overtuiging de overdaad van (van huis uit meegekregen) luxe. Het
lijkt of wij niets meer te wensen over hebben, dan de wereldvrede.
Daarmee gaan wij voorbij aan het feit dat die wereldvrede ons zal
knevelen met een bekend wijsvingertje; en ik geloof dat dit wijsvingertje
het ditmaal bij het gestrekte eind heeft. Hiermee verlang ik niet
het christenideaal te verheerlijken, dat maar al te vaak als schild
en speer opgeworpen wordt om pacifistische gedachten - die hun Heer
en leermeester toch koesterde - van een moreel tintje te voorzien.
Als aanhanger van de vreedzame coëxistentie, die de derde golf voor
ogen heeft (al ben ik mij er terdege van bewust dat dit een term
uit de Koude Oorlog is, en die van vandaag is vele malen heter),
durf ik hier te beweren dat de dreiging van een oorlog na tien jaar
welhaast noodzakelijk is.
Noodzaak ter herbeleving van Geluk. De noodzaak is zwarter
dan de zondebok die men vandaag de dag gevonden heeft om zijn ongenoegens
op uit te leven. Wat dat betreft had de buikspreekpop met zijn eigenaardig
unieke stem geen betere bevolkingsgroep aan de schandpaal kunnen
nagelen. In een tijd waar computerprogrammaatjes in de behoefte
voorzien de donkergetinte aardbewoner om te zetten in een donkere
muis, die je kunt laten verhongeren door deze niet te voeden en/
of te martelen, ziet deze 'puppet' dat het onmogelijk is de zwarte
medemens nog zwarter te maken, maar verheugt het hem zijn aanzien
(en mogelijke herverkiezing) te vergroten door de kleinburgerlijke
gemeenschap te voeden in hun angsten ten aanzien van een geloofsgemeenschap
die niet de zijne, noch van zijn electorale aanhang is. En wat deze
electorale aanhang nou ten enenmale, zowel in het machtige continent
als in het Westerse Europa, ontbeert, is de zelf-ervaren oorlogsdreiging.
Kijk, de ouderen - althans in de Nederlanden - die de Tweede Wereldoorlog
nog meegemaakt hebben, steunen de Amerikanen onvoorwaardelijk, wat
zij waren - mede - hun bevrijders; zij hebben vergelijkingsmateriaal,
maar missen grotendeels de nuance van de dag. Hiermee wil ik de
mensen die onze samenleving opgebouwd hebben in geen enkel woord
tekort doen, maar ouder worden brengt een verfijning van de geest
met zich mee, die aansluiting bij de tijdsgeest haast onmogelijk
maakt. Een verrijking, verademing en vernauwing van inlevingsvermogen
tegelijk. Maar wij, die opgegroeid zijn met Nintendo's en Playstations,
de opkomst van internet, chatboxen en alles on-line, missen een
ons in de genen zittende bedreiging van buitenaf. Om maar eens een
gemeenplaats met de schop om te spitten, zou ik willen opmerken
dat wij opgegroeid zijn in een wieg die gelijkstond aan een oneindig
hoog hemelbed. Alles leek mogelijk, maar slechts een paar hebben
de weg naar een onvoorziene - maar niet onmogelijke - toekomst bewandeld.
Het zijn die personen die we bewonderen, maar zelf kiezen we liever
voor een veilig bestandje met het avondeten als kroon op de carrière-gevulde
agenda waar, sinds de middelbare school, geen bloemetjes of vogeltjes
meer op te vinden zijn. We koesteren ons in het verworvene, maar
beseffen niet dat wij dit niet zelf verworven hebben. Onze enige
zorg is niet kwijt te raken wat we bezitten. Geluk bestaat nog slechts
in het bestijgen van de maatschappelijke ladder en het zinloze betreden
van uitgaansgelegenheden, waar de trommelvliezen op den duur meer
schade van ondervinden, dan van de inslag van een donderende granaat.
Nee, echt geluk kennen wij niet meer en juist daarom, omdat we het
zelf niet verworven hebben. Ja, dat heeft dat bosjesheerschap met
zijn uitgestreken tronie heel goed in de peiling; niet beseffende
dat zijn aanhang in de peilingen zienderogen slinkt. Maar dat is
meer een gevolg van zijn, met oorlogsrethoriek doorspekte, redevoeringen.
Redevoeringen zorgen voor opruiing. Als spreker voor een
generatie die het ook niet weet, wil ik eerder aanzetten tot nadenken,
dan pogen deze te overtuigen van mijn gelijk, want ik bezit deze
gewoonweg niet. Wat ik wel weet is dat, waar onze ouders nog op
de bres gingen tegen verbitterde en somtijds behoudende denkbeelden,
in de jaren zestig strijd leverden tegen de heersende burgermoraal.
Die strijd heeft veel opgeleverd (een vrijere moraal, ontzuiling
en - tijdelijk - zelfbewustzijn), maar een levensgroot failliet
aan idealen opgeleverd. Paradijsvogels werden struisvogels en diegenen
die dit wensten te trotseren, verwerden tot dissidenten gedurende
de jaren tachtig en de twee daarop volgende decennia. Zij zijn wellicht
blijven hangen in hun tijd, maar wij hebben geen rekstok om ons
aan op te trekken (vandaar wellicht de toename van het overgewicht
onder jongeren). Deswege maak ik mij op voor een naderende oorlog
en zal niet schromen kant te kiezen voor een Arabische (let wel:
niet-moslim mogendheid, want religie en mijn eigen levensinvulling
staat die benadering danig in de weg) alliantie die zal pogen te
verzoenen en eenheid zal weten te scheppen op een van de continenten
van deze fijne, edoch klote aardkloot. Ik overweeg ernstig deel
te nemen aan een agnostische tak van een Arabisch vrijheidsleger
of, desnoods - aangezien Frankrijk ook zeer afkerig lijkt te zijn
van een oorlog in het Midden-Oosten - me in te schrijven bij het
vreemdelingenlegioen. Van ganser harte hoop ik dat het zover komt
dat de Nederlandse dienstplicht noodzakelijkerwijs weer in leven
geroepen wordt en de betweterige snotneuzen met stemrecht dwingt
hun neus voor één keer een kant op te moeten laten wijzen.
Hierop wil ik wel wijzen: als persoon ben ik tegen welke
oorlog dan ook. Van ganser harte wens ik dan ook dat het op de grens
van oorlog deze touwtrekkerij net zal staken, maar niet alvorens
ieder zich voor of tegen eigen inzet en eigen existentie uitgesproken
heeft. Met minder kan of wil ik geen genoegen nemen. Natuurlijk
wil ook ik dat deze met baret getooide en over het paard getilde
snorfiets zo spoedig mogelijk uit het zadel gewerkt wordt, maar
deze man heeft zijn leeftijd toch al tegen zich. Een massavernietiging
van het Irakese volk zal nog vele malen meer levens eisen dan een
voortijdige interventie. Wel wil ik er de Arabische liga op wijzen,
nadat het zwartomkaderde advertentietje in de (inter-) nationale
kranten dat melding maakt van het natuurlijke overlijden van President
S. Houssain verschenen is, te waken voor de opkomst van een gelijkend
regime. Verder ben ik niet tegen Noord-Amerika en zijn inwoners,
maar de bosjesmens moet - wat mij betreft - zo snel mogelijk terug
de Texaanse apenboom in. Om daar door de vrouwtjesapen afgewezen
te worden als zijnde 'de slapste zak binnen het territorium'.
Ons territorium zal dientengevolge weer fladderen; vervuld van merels die niet langer achternagezeten worden door straaljagers, of jagers op gemoedelijke wijze. Pas dan zal ik niet langer vrijelijk associëren, wanneer ik naar de grootgrutter wandel.
|