| DE LEVIATHAN
Van Hegel weet ik niets
dan dat zijn aanblik
dialectisch-onverantwoord
gruwelijk afstotelijk
is.
Laat dit dan de reden zijn
dat ik mijzelf niet aanzie
in mijn ogen die ik anders
hul in glas.
Dat hol-ogige onvermogen
welk mij toont
hoe dood dit corpus wordt.
Die pientere prikkijkers
welke verraden
dat hem een waarheid wacht.
Boos om het zeemonster
in de diepte
stel ik -
met gerede twijfel -
vast
dat zijn these en mijn
antithese onverzoenbaar
zevenkoppig zijn.
M.J.C.A. 11-12-2003
|