| WENDES 'PAS D’ENCORE'
Mij is tot nu nooit gevraagd
Hoeveel krassen, slepen, slagen
Een onbeslopen podium
Belopen kan
Verdragen
Vervul in deze vegen
De snede – gom aan board
Een snedig zwarte regen
Een eruptie, of het woord
Ben ik daarin blijvend schuldig?
Mij ten enenmaal’ gegeven
Dat de wassen, roepen, regen
Een ongevangen stadium
Bevangen mag
Bewegen
Vervang in dit bezield bespelen
Faire tout un plat du monologue
Voor één is een er één van vele
Bebloed bespat zij droog
Of ik mijn rillen huldig?
Zie dan haar stemmen in mimiek
Haar afgerauwde timbre
Hoor dan haar stem die lava braakt
Brandt dieper dan de breedste smaak
En zie haar voorts gebaren plukken
Eerst onwennig nog, dan raak
Gegoten in een kruitvat
Waar het hellevuur haar baart
Daarom sleep ik haar en d’haren
Nee, het is mij nooit gevraagd
Minder nog dan het gegeven
Dat bezongen hartstocht draagt
Bij minder voeten dan een vers neemt
Neem ik het maar aan voor waar
Dat haar messtem – scherp geslepen
Kermend kerft; krast wonderbaar
Gutsen met de strijkersstokken
Slaagt in brandpunt… en in haar
Reken ik de schade mede
Die ik hoop ooit te verhalen
Tekenend het lidwoord hier
In essentie te betalen
Lopend van mijn slaap naar lende
Wend ik me vooral naar Wende
M.J.C.A. 08-10-2003
|